Informatie
Interview uit de buurtkrant "Het Oude Westen" van 10 mei 2026
Mieke Romijn
Ik ben deze week in gesprek gegaan met Mieke Romijn.
Ze is modeontwerper en eigenaar van Quasi Modo aan de
Binnenweg. Ze ontwerpt en maakt de kleding zelf.
Hoe ben je begonnen met ontwerpen?
Ik kreeg rond mijn zevende mijn eerste
Barbie van mijn oma. Het was een hele
mooie pop, heel imponerend. Ik ben
kleding voor haar gaan maken. Ik knipte
stof van de oude kleding van mijn moe-
der en naaide deze met naald en draad
in elkaar. Ik breide en haakte ook dingen
voor mijn poppen.
Het meeste heb ik van mijn moeder
geleerd. Daarna begon ik kleding voor
mezelf te maken en ook voor mijn
vrienden.
Wanneer maakte je er je vak van?
Ik zag het meer als een hobby. Ik begon
een opleiding cultureel werk aan de
Sociale Academie, maar toen ik erachter
kwam dat dat niets voor mij was, ben ik
gestopt. Toen ben ik me op mode gaan
richten. Ik kon toen dankzij een uitkering
gratis cursussen doen bij de Vrije Acade-
mie. Daar heb ik patronen leren tekenen
en mode ontworpen.
Hoe ontwerp je?
Het leuke van ontwerpen is vanuit het
niets iets maken. Je hebt een lapje stof, je
knipt iets en het wordt een 3D-figuur. Ik
heb eerst ideeën. Creativiteit gaat vanzelf
eigenlijk, het zit in mij. Het lezen van fan-
tasy inspireert me ook. Toen ik rond mijn
twintigste begon met het vak, hield ik de
grote ontwerpers uit Parijs bij. Ze hadden
toen aparte ontwerpen. De modebladen
volgde ik ook ter inspiratie.
Ik kijk vaak eerst naar de stof en dan
bedenk ik wat ik ervan kan maken. Ik kies
dan of ik mannenkleding of vrouwenkle-
ding ga maken en wat voor kledingstuk.
Ik ben best een vrolijk mens en vind mijn
ontwerpen ook wel vrolijk.
Wat voor ontwerpen maak je?
Ik hou niet van mode. Je moet kleding
dragen die lekker zit en waar je je zeker
en mooi in voelt. Ik wil tijdloze kleding
maken, iets dat niet uit de mode kan
raken. Ik gebruik goede materialen, die
jaren meegaan en ik gebruik mijn eigen
patronen, ook die van vroeger.
Ik maak sexy kleding in veel verschil-
lende kleuren. Ik ben toevallig in de
Kinky wereld gerold. Je kan er veel meer
kanten op dan met normale kleding, je
kan veel meer aparte ontwerpen maken.
Ik probeer net iets anders te ontwerpen
om mij te onderscheiden. Elke keer
verander ik iets aan het patroon.
Hoe verliep je carrière?
Dankzij een uitkering ben ik begonnen
met een klein winkeltje. Ik bleef door-
gaan omdat ik in mezelf en mijn kleding
geloofde en ik had de flexibiliteit om
mijn hoofd boven water te houden. Ik
heb een grote collectie, ook voor grote
maten.
Welk advies wil je geven aan jonge
ontwerpers?
Kijk wat andere mensen aan hebben.
Haal je spijkerbroeken uit elkaar, leg ze
op je stof en bedenk daarna hoe je het
ontwerp kan veranderen, zodat het nog
leuker wordt. Je moet vanuit een basis
beginnen en deze daarna aanpassen.
Koop een simpele oude, ijzeren naaima-
chine, dat scheelt veel frustratie.
Je kan zelf online (op youtube) video’s
vinden waarin het wordt voorgedaan.
Serpil Karisli